MIKE MARTT
“Tomorrow Shines Bright”
(Superscope Records)
(3,5) JJJJ
Zo nu en dan ga je bij het schrijven van een recensie toch wel
even met de wenkbrauwen fronsen. Sommige namen lijken in eerste
instantie immers geheel en al uit het niets te komen opduiken,
maar als je dan op nader onderzoek uittrekt, dan komen vaak de
meest verrassende dingen aan het licht. Zo ook als we het over
Mike Martt hebben. Een nobele onbekende? Niet dus! De man blijkt
zowaar de status van cultfiguur te genieten binnen de muziekscène
van Zuid-Californië. Dat predikaat verdiende hij in het verleden
als gitarist-songwriter van het notoire post-punk combo Tex &
The Horseheads en vooral ook van Thelonious Monster. (Remember
“Beautiful Mess”, anyone?) Later trad hij bovendien
ook nog aan als zanger van het door de critici behoorlijk jubelend
onthaalde Low And Sweet Orchestra.
En nu is er dus de eerste solo-CD van de man, “Tomorrow
Shines Bright”. Die plaat werd onder de vakbekwame leiding
van producer Stuart Sullivan (bekend om zijn werk met ondermeer
Robert Earl Keen) ingeblikt in Willie Nelsons Pedernales Studios
in Spicewood, Texas. Daarbij kreeg Martt flink wat gerenommeerde
maats van ‘m over de vloer. Gurf Morlix stond bijvoorbeeld
in voor flink wat van de gitaarpartijen, Benmont Tench (van Tom
Petty’s Heartbreakers) nam plaats achter de keyboards en
Will Sexton bespeelde zowel de bas, de bazooki, als de akoestische
gitaar en nam bovendien ook nog wat achtergrondvocalen voor zijn
rekening.
De ideale premissen met andere woorden voor een leuke rootsrockplaat.
En die krijgen we dan ook voorgeschoteld. Dylan, Petty, Hiatt,
Young, Earle, Cody en Van Zandt, ze komen allemaal wel ergens
voorbij op een album dat beslist ook een toekomst moet kunnen
hebben in niet-rootsrockmiddens. Variatie genoeg alleszins. Van
sprankelende radiogenieke rootspop zoals het samen met gitarist
Zander Schloss gepende openingsnummer “Fading Out Of Sight”
(met zijn heerlijk nazinderende gitaarwerk) of het vaag aan Tom
Petty herinnerende “You Don’t Even Notice Me”
tot energiek wegrockende lappen lillend vlees als “That’s
All Mine”, “Daisies In The Sunhine”, “Walking
Without You” en “Wash” en een occasionele trage
als “Drawing Me In” of sluitstuk “Friend Of
Mine That Trips”. Vooral dat laatste nummer – het
aangrijpende relaas van een voortdurend dronken medemens uitgesmeerd
over een sfeervolle, slepende (roots)rockdeun – en “Shoes”,
één van de meer rootsy getinte liedjes op het album,
waarin oppervlakkige schoonheid toch ook niet alles blijkt, lieten
hier een bepaald stevige indruk na.
Samengevat: “Tomorrow Shines Bright” is zo’n
typische groeier. Zo’n plaat die je bij elke beluistering
weer net iets beter gaat vinden…